In 1885 gaat Adam Opel voor zaken naar Parijs. Hier leert hij de fiets kennen en met name die met een groot voorwiel, een zadel en een klein achterwiel. Adam laat meteen onderdelen uit Engeland komen en bouwt een fiets van dit legendarische type dat bekend wordt onder de naam "hoge bi", maar het fietsen hierop blijkt een ware kunst te zijn, want als Adam het zelf probeert resulteert dit in een ernstige valpartij, waarop hij besluit de fiets meteen te verkopen. In het verkopen blijkt hij veel beter te zijn, want hij verdient er nog geld aan ook.

Eerst bestelt hij onderdelen voor vijf hoge bi's en laat hiervan voor zijn zoons een fiets bouwen. De vijf zonen van Adam oefenen zich suf op hun fietsen en kunnen al snel goed uit de voeten met hun hoge bi's. In 1886 verkoopt Opel zijn eerste fietsen met een forse winst en Adam ruikt handel. Hij stuurt zijn zoon Carl naar Engeland om daar de laatste ontwikkelingen op het fietsgebied te gaan bekijken. Het blijkt dat de zogenaamde "veiligheidsfiets" de toekomst heeft. Even produceert Opel nog een beperkt aantal hoge bi's, maar in 1889 komt men met zo'n lage voorloper van onze moderne fiets op de markt en de kwaliteit is perfect. Dit type fiets wint snel aan populariteit en al gauw produceert Opel zo'n 80 fietsen per maand...

Opel timmert flink aan de weg en bevordert de verkoop met mooie reclameposters en metalen reclameborden die overal verschijnen. Maar de allerbeste reclame is natuurlijk de goede kwaliteit van de Opel fietsen en door mond op mond reclame (hoort zegt het voort...) groeit de vraag naar dit vervoermiddel.
Dan komt ook de wielersport om de hoek kijken en het publiek vindt het prachtig. In 1889 wordt August Lehr in Londen op een hoge bi van Opel wereldkampioen op de mijl. Een 600 km lange race van Wenen naar Berlijn wordt in totaal drie keer gehouden (in 1893, 1908 en 1911) en ook drie keer op een Opel fiets gewonnen!
De vijf zoons van Adam blijken trouwens zelf sportieve aspiraties te bezitten en draaien volop mee in het wielercircuit, het vijftal wint honderden prijzen, zo wint Fritz Opel de wedstrijd van Basel naar Kleef in 1894.
Opel produceert nu fietsen in grote aantallen (±2000 fietsen per maand) en dat zorgt ervoor dat de verkoopprijzen zakken. Voor 150 mark kun je een echte Opel fiets kopen. Er wordt een nieuwe rijwielfabriek opgestart en hierdoor neemt de productie weer flink toe. Met honderden "vliegen" de Opel fietsen de fabriek uit en het bedrijf heeft de wind mee. Het assortiment wordt snel uitgebreid en zo worden er tandems aangeboden en daarna ook nog driezitters, vierzitters en racefietsen...
Als Adam Opel op 8 september 1895 overlijdt, steunt zijn vrouw Sophie hun vijf zonen die het bedrijf graag willen voortzetten. In 1899 worden fietsen met cardanaandrijving geïntroduceerd, deze worden ruim tien jaar lang gemaakt. Na de eeuwwisseling volgen er nog kinderfietsen, bakfietsen en transportfietsen.
Opel heeft op fietstechnisch gebied eveneens bijzonderheden te bieden. Zo worden de frames voor alle Opel heren- en damesfietsen reeds vanaf 1903 met zogenaamde binnenlugs gesoldeerd. Tot in de dertiger jaren (van de twintigste eeuw) blijven deze frames een kenmerk van Opel fietsen, al kwamen er in de twintiger jaren ook wat modellen met buitenlugs bij. Nu zullen vast veel mensen zich verbaasd afvragen wat een lug is... Welnu, een lug is een verbindingstuk om twee of meer buizen onder een bepaalde hoek aan elkaar te verbinden.

De meeste Opel fietsen van voor de eerste wereldoorlog hebben een trapas volgens Opel-octrooi DRP 100596. Dit is een spieloze BSA-trapas die uit twee helften bestaat en in een cassette zit. Als een crank afgenomen wordt, laten deze twee helften elkaar los en kan de hele trapas uit de bracket worden gehaald. Een opvallende verschijning in de catalogus van 1912 is de "lichte toerfiets". Deze heeft een nieuwe frameconstructie en wordt vanwege de daarmee verkregen stabiliteit graag door sportieve fietsers gekocht. Opvallende dingen uit de catalogus van 1914 zijn nog de bodenfiets met kruisframe en de "Typ England" herenfiets met groefkogellagers in de trapas. Dan begint de eerste wereldoorlog en moeten ook veel Opel-arbeiders naar het front. De fietsproductie zakt van 35.000 naar ruim 10.000 per jaar.

In de jaren twintig groeit de vraag naar fietsen weer flink en Opel weet hier met veel succes op in te spelen. Het bedrijf ontwikkelt zich zelfs (tijdelijk) tot de grootste producent van tweewielers ter wereld.
In 1933 heeft Opel weer een opvallende noviteit: De fiets met "Doppel-Stabil-Rahmen". Dit is een dubbelbuis uitvoering van het diamant- en zwanehalsframe, gedeponeerd als DRGM 1215361. De dubbele schuine onderbuis loopt hierbij tot achter de bracket door. In de catalogus wordt de sterk verbeterde torsiestijfheid geprezen, waardoor de trapverliezen worden verminderd. Tegelijkertijd moet de verticale vering van het frame op slechte wegen hierdoor beter worden.
In hetzelfde jaar eindigt ook de economische crisis en de vraag naar fietsen stijgt weer sterk. Natuurlijk wordt hierop de productie weer flink opgeschroeft en de export stijgt met maar liefst 170%. Opel's belangrijkste exportgebieden zijn de Scandinavische landen, de landen op de Balkan en Zuid Amerika.

In de periode na 1933 wordt er steeds meer van de productieruimte voor fietsen afgesnoept om de productie van auto's meer ruimte te geven en in 1936 valt het besluit om de fietsproductie van Opel over te dragen aan NSU. Na een totaalproductie van zo'n 2,6 miljoen fietsen gaat in maart 1937 de laatste Opel fiets naar het Opel museum. Hierna worden er bij NSU nog een jaar lang fietsen geproduceerd onder de naam NSU-Opel, maar daarna verdwijnt de naam Opel definitief uit de fietsenbranch. De hoofdreden van deze stap is trouwens de wens van de Nationaal-Socialistische machthebbers (lees de Nazi's), dat Opel zich geheel gaat concentreren op de productie van personen- en vrachtauto's.