| Verslag Oetztaler Radmarathon 31 augustus 2008 |
|
|
| vrijdag, 01 mei 2009 18:35 |
|
Om 05.00 uur ging de wekker maar zoals vaak bij dit soort evenementen ben ik al veel eerder wakker. Uiteraard mijn shake van bananen, dadels en bleekselderij gemaakt. Dit blijkt het laatste half jaar een succes formule. Het is toch weer een vreemd gevoel. Aan de ene kant sta je te popelen om te beginnen maar aan de andere kant zie je er als een berg tegenop. Maar goed, om 06.00 uur naar beneden waar Martijn al stond te wachten. 10 min later stonden we in het startvak. Niet echt vooraan, maar ook niet helemaal achteraan. Voor mij is dit ook niet echt belangrijk aangezien ik op “ uitrijden” inzet en niet op een bepaalde tijd. Er heerst een apart sfeertje in het startvak. De Italianen hebben zoals altijd het hoogste woord. Als de helikopter overvliegt krijg ik toch wel een brok in mijn keel. Dan blijkt dat je met iets bijzonders bezig bent. Om 06.45 worden de eerste weggeschoten en 10 min later passeer ik de startmatten van de tijdregistratie. Machiel en Martijn ben ik al direct kwijt. Na 3 km stokt het peloton ineens. Een valpartij. Gelukkig schijnt het mee te vallen. Ik zie een paar mensen langs de kant zitten maar dat ziet er niet dramatisch uit. Vervolgens lekker dalen naar Oetz. Goed uit de wind blijven en geen kopwerk doen op de vlakkere stukken. Na ongeveer 3 kwartier bereiken we Oetz en begint direct de beklimming van de Kuhtai. Een vervelende klim die erg onregelmatig is. Dan weer vlak en dan weer stukken van 14% stijging. Ondanks dat is het toch genieten. Het landschap is geweldig en al die zwijgende (op de Italianen na) en zwoegende fietsers maken het speciaal. Deze klim heb ik continue op reserve gereden. Ik ben nou eenmaal een trage starter. Ik moet het van mijn inhoud en lange adem hebben. Na 1 uur 27 min sta ik boven. Het weer is geweldig en helemaal niet koud. Ik had me voorgenomen om niet te gaan stressen dus op mijn gemak vul ik mijn bidons en eet ik wat kleine taartjes die beschikbaar zijn. Ook even een rijpe banaan naar binnen gepropt. De afdaling van de Kuhtai is een belevenis op zich. Hij heeft nauwelijks bochten en je kunt je fiets lekker laten lopen. Eenmaal beneden verbaas ik me over de weinige fietsers om me heen. Dit kan niet de bedoeling zijn. Ik had er eigenlijk op gerekend dat ik me lekker kon verstoppen op de lange beklimming van de Brennerpas. Eigenlijk kun je het geen beklimming noemen. In het begin stijgt het met 3% maar later gaat het heel lang een beetje vals plat omhoog. In het begin van de klim zat ik in een klein groepje maar dat schoot niet echt op. Ben toch maar op kop gaan rijden in de hoop dat er een snellere groep voorbij kwam om bij aan te haken. Dat gebeurde ook maar op het vals plat ontstond er een groep van ongeveer 100 man. Het tempo lag laag. Vanwege de tegenwind wilde niemand op kop rijden. 2 renners waren het uiteindelijk zat en begonnen de naar voren te fietsen. Dit was het moment om aan te haken. Als snel zaten we met 5 man en een vrouw (die een enorme versnelling rond draaide) op kop van de groep. Na een tijdje besloot ik om ook even wat kopwerk te doen. Het bleek al snel dat ik een van sterkste van de groep was want toen ik omkeek reed ik ineens alleen. Toch maar even gas terug genomen. Boven op de Brennerpas heb ik bij de verzorgingspost weer op mijn gemak gegeten de bidons gevuld. Ook wat soep genomen. Dat was een verademing tov van alle zoetigheid die je de hele dag eet. De afdaling van de Brenner stelde niet veel voor en als snel doemde de Jaufenpas op. Deze begint vrij stijl met 9% (al voelde dat niet zo) en verloopt vervolgens lekker gelijkmatig met 7-8% stijging. Na een paar km begon ik in een lekker ritme te komen en het viel me op dat ik veel fietsers inhaalde en door niemand werd ingehaald. Dit gaf erg veel moraal. Bij elke bocht kon ik 2 tandjes zwaarder schakelen en even een kort sprintje trekken. Hoe meer fietsers ik inhaalde hoe euforischer mijn gevoel werd. Ik voelde me super en kon hele stukken staand op de pedalen klimmen zonder dat ik boven mijn omslagpunt kwam. Op een gegeven moment kwamen er een paar kletsende Italianen voorbij maar na 2 korte versnellingen haalde ik ze weer in. Echt een zeldzaam lekkere beklimming die Jaufenpas. Uiteindelijk blijkt dat ik ruim 400 fietsers in mijn klasse heb ingehaald op deze beklimming. Eenmaal boven weer rustig de tijd genomen om te eten en te drinken. Niet stressen en nog even Frau Riml gedag gezegd (de eigenaresse van ons appartement) die als vrijwilliger op de Jaufenpas aanwezig was. Uiteindelijk blijkt dat ik op deze beklimming maar 3 minuten langzamer was dan Martijn. Daarna de technische afdaling in. Weer rustig aan gedaan (safety First). Beneden in St Leonard valt de warmte als een deken over je heen. Op de Jaufenpas was het nog redelijk koel omdat je bijna de hele tijd tussen de bomen fietst maar hier gaat dat niet op. Mijn windbody weer opgeborgen, een reepje en een gelletje naar binnen gegooid en hup……. De Timmelsjoch op. Door de warmte ging het niet echt super meer maar ik had nog genoeg kracht in de benen. Ik ben nog steeds aan het inhalen en heel af en toe wordt ik ingehaald. Je ziet nu ook steeds meer fietser aan de kant zitten rusten of lopend met de fiets aan de hand. Het stemmetje in mijn hoofd zegt ook steeds: “ stap toch af en ga even lekker in de schaduw liggen”. Ik geef er echter niet aan toe en trap gewoon door. Ik had me voorgenomen om alleen bij de verzorgingsposten te stoppen en daar houd ik me aan. Bij de verzorgingspost op 10km onder de top zet ik mijn fiets in het rek en loop naar de tafels met eten en drinken. Toen merkte ik dat de warmte er wel behoorlijk had ingehakt. Ik stond als een zombie voor de tafel. De taartjes gaan er niet meer in en ik beperk me tot fruit. Nou ja beperken…… ik vreet me klem aan de watermeloenen, sinaasappels en bananen. Vooral de watermeloen smaakt prima. Ik voel me ook gelijk een stuk beter. Nog even een bidon gevuld en weer op pad. Het eerste stukje is nog redelijk vlak maar al snel doemt de beruchte muur met haarspeldbochten op (ook wel bochtenland genoemd).Het is een indrukwekkend (of intimiderend?) gezicht om de weg omhoog te zien slingeren. Eén voordeel…..het is nog maar 8 km klimmen waarvan de laatste 2 km, na de verlossende tunnel, onder de 5% stijging zijn. Ik moet nu toch Machiel in het vizier krijgen. Of ben ik hem inmiddels al gepasseerd? Het begint hier nu echt een slagveld te worden (veel zwalkende en uitgeputte fietsers). Het gaat niet hard meer maar mijn benen voelen nog redelijk. 4km onder de top zie dan toch Machiel. Hij vertrekt net bij de laatste verzorgingspost. Ik tank nog even bij en ga dan in de achtervolging. Langzaam kom ik dichterbij en 500 meter voor de tunnel achterhaal ik hem en samen rijden we het laatste stuk naar de top. Het weer begint inmiddels te betrekken maar we hebben nog hoop dat we droog aan de finish komen. Na 3 km afdalen voel ik de eerste spetters. Dat belooft niet veel goeds. In deze 25 km lange afdaling naar de finish zit nog een korte klim van ongeveer 2 km. Net op het moment dat we aan dit laatste klimmetje beginnen barst de hemel open en komt de regen met bakken uit de lucht. Een beetje jammer maar het opvallende is dat de benen nog goed voelen en ik kan een behoorlijk tempo aanhouden en aan het eind zelfs versnellen. Met Machiel gaat het ook nog goed want ik zie hem hetzelfde doen. Bij het tolstation zijn we even gestopt om Mieke en Magdalena te bellen dat we eraan komen. De regen is inmiddels iets minder geworden. Gelukkig zitten er weinig bochten in de afdaling zodat we toch nog een redelijk tempo kunnen aanhouden. Uiteindelijk arriveren we zeiknat in Sölden maar dat deert ons niet want we hebben het gehaald. En hoe!! Ik ben nog steeds redelijk fit. Wel moe maar zeer voldaan gaan we samen over de finish. Terug kijkend op deze monstertocht kan ik alleen maar concluderen dat het een geweldige ervaring is geweest. Super goede organisatie (verzorging onderweg, autovrij parcours e.d.) en mooi weer, op de laatste afdaling na. Vooral mijn klimtijden op de Jaufenpas en de Timmelsjoch geven mij veel voldoening. Mijn eindtijd van 10 uur 48 min vind ik niet zo belangrijk. Door een goede opbouw van de tocht heb ik de hele dag kunnen genieten. Het was natuurlijk afzien maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik in de problemen zou komen en het niet zou halen. Ze gaan me hier zeker nog een keer terug zien. |